Minecraft: digitale LEGO zonder bodem
Terwijl ik de vaatwasser uitruim, legt mijn oudste zoon me uit hoe hij een automatische kippenfarm heeft gebouwd; met redstone, want dat is kennelijk een ding. De jongste heeft net ontdekt dat als lava in water valt, het kan veranderen in verschillende soorten steenblokken. Ik knik. Ik begrijp er de helft van (misschien een kwart), maar moet toegeven dat hun bouwsels indrukwekkend zijn.
Blokjes, maar dan eindeloos
Minecraft is een wereld van blokjes waarin je alles kunt bouwen wat je bedenkt; van een hutje tot een compleet kasteel met ophaalbrug. Er zijn twee manieren om te spelen. In Creative heb je onbeperkt materiaal en kun je vliegen, dus draait alles om bouwen. In Survival moet je zelf grondstoffen verzamelen, eten zoeken en de nacht overleven (want dan komen de monsters).
Anders dan Fortnite koop je Minecraft één keer. Wel zijn er twee versies, en dat is handig om te weten voordat je iets instelt. Bedrock speel je op de spelcomputer, tablet, telefoon en Windows. Java is de oudere pc-versie. Ze werken net iets anders en ook de instellingen verschillen.
Waarom ik hier stiekem blij mee ben
Als er één game is waar ik als tech-moeder van glimlach, dan is het deze. Kinderen plannen, rekenen, proberen, falen en proberen het opnieuw. Ze leren denken in ruimte en in stappen; eerst een fundering, dan de muren, dan pas het dak. En samen bouwen vraagt overleg, want wie maakt wat?
Minecraft is eigenlijk digitale LEGO, maar dan met een eindeloze hoeveelheid blokjes
Het is ook niet voor niks dat er een aparte onderwijsversie bestaat die scholen gebruiken. Minecraft is eigenlijk digitale LEGO, maar dan met een eindeloze hoeveelheid blokjes.
Zeven jaar, en dan?
Minecraft heeft het leeftijdslabel PEGI 7. Er wordt gevochten, maar op een blokkerige, onrealistische manier. Het label zit er vooral vanwege de enge momenten; een zombie die in het donker opduikt of een creeper die ineens naast je sist (en ontploft). Voor een gevoelig kind kan dat spannend zijn. Creative is dan een fijne start, want daar kunnen monsters je niks doen. En op de moeilijkheidsgraad Vredig komen ze zelfs helemaal niet voor.
De wereld buiten je eigen wereld
Hier zit het belangrijkste stuk voor ouders. Minecraft kun je helemaal alleen spelen, maar ook online met anderen. Op een kinderaccount staat samenspelen online standaard uit; jij zet het aan als ouder.
En dan komt de vraag: waar spelen ze? Openbare servers zijn van andere partijen, niet van Minecraft zelf. Die maken hun eigen regels en modereren zelf, dus de ene server is een stuk strenger dan de andere. Je kind kan daar spelers en chatberichten tegenkomen waar jij nooit ‘ja’ tegen hebt gezegd.
Een rustiger alternatief is een Realm. Dat is een eigen, betaalde server waar alleen mensen komen die je uitnodigt. Een Realm met klasgenootjes voelt dan een beetje als een digitale speelafspraak; je weet wie er is.
Minecoins en mods
Minecraft koop je één keer, maar in de Bedrock-versie zit ook een winkel, de Marketplace. Daar koop je met Minecoins (die je met echt geld koopt) skins, werelden en uitbreidingen. Aankopen kun je laten goedkeuren, zodat er niks zonder jou wordt afgerekend.
Let daarnaast op wat er buiten het spel rondgaat. Websites en video's die 'gratis Minecoins' beloven zijn meestal oplichting. Mods, zelfgemaakte uitbreidingen, zijn vaak onschuldig en leuk, maar niet allemaal; download ze alleen van plekken die je vertrouwt. Mojang biedt de veiligheidsinstellingen bovendien niet voor gemodde versies. En komt je kind online iemand tegen die voorstelt om 'even op Discord' verder te praten, dan is dat een mooi moment voor een gesprek.
Nog één blokje
Minecraft heeft geen einde. Geen level dat klaar is, geen potje dat afloopt. Er is altijd nog een gang om uit te graven of een toren die net iets hoger kan. Stoppen voelt daardoor nooit logisch, en dat merk je bij het avondeten.
Wat helpt: spreek niet alleen minuten af, maar ook een bouwdoel. "Maak het dak af en dan stoppen" voelt voor een kind een stuk eerlijker dan een wekker die midden in het bouwen afgaat.
Zo doen wij het
Onze jongens (8 en 9) spelen al een paar jaar Minecraft. Net als bij de andere games staan de leeftijdsinstellingen aan, chat staat alleen open voor vrienden en we lopen regelmatig samen de vriendenlijst door. Daar staan alleen klasgenoten en goede vrienden van buiten school op.
Ze zijn ooit begonnen op de Xbox, later ook op hun Switch en de oudste heeft inmiddels de laptop versie ontdekt. Als er vriendjes komen spelen, staan geregeld alle apparaten aan, zodat ze allemaal samen kunnen bouwen aan dezelfde wereld; we hebben al veel mooie dorpen en dierentuinen voorbij zien komen.
Ze doen ook graag inspiratie op bij hun favoriete Youtubers, die uitgebreid laten zien wat ze gebouwd hebben of aan het bouwen zijn. Vaak gebruiken ze daar een mod voor, of bouwen ze in een vooropgezette wereld. De gratis varianten mogen ze spelen/gebruiken nadat we samen hebben gekeken wat er in zit (en soms is het antwoord toch echt ‘nee’) en heel af en toe zwichten we voor een betaalde variant, die ze van hun eigen zakgeld betalen.
Instellen in tien minuten
-
Kinderaccount in een Microsoft-gezinsgroep (
account.microsoft.com/family); die instellingen gelden voor Minecraft op elk apparaat -
Multiplayer: uit, alleen vrienden, of een eigen Realm
-
Communicatie met anderen: blokkeren of alleen vrienden
-
Aankopen: goedkeuring vereist, geen opgeslagen betaalkaart
-
Speeltijd via Family Safety of het apparaat
-
Minecraft up-to-date houden: Mojang biedt de veiligheidsinstellingen niet voor oude of gemodde versies
Het dak is af
Minecraft is een van de fijnste games om je kind mee te laten beginnen. De wereld zelf is rustig, creatief en helemaal van hen; de aandachtspunten zitten vooral daarbuiten, op openbare servers, in de Marketplace en in het gebrek aan een eindpunt. Zet dat één keer goed, spreek bouwdoelen af in plaats van alleen minuten, en de rest mag gewoon spelen zijn.
Maar vooral; ga er eens naast zitten en laat je een rondleiding geven. Je hoeft er niks van te snappen (en geloof me, dat verwacht ook niemand). Ze vinden het prachtig dat je kijkt.
En wie weet; misschien bouw je binnenkort zelf mee aan dat kasteel met ophaalbrug.